‘Meneer, ik heb slecht nieuws.’

Een winterse dag in januari, onderweg naar Nancy (Frankrijk) om daar een installatie te doen. Niets aan de hand. Net de laatste afspraken gemaakt om het felbesproken en langverwachte huis te kopen en te renoveren. Spannende momenten, belangrijke investeringen en een keuze die bezegeld werd door onze families, de bank en iedereen rondom ons. Zaken genoeg (zoals werk, renovatiewerken, bankzaken, e.d.) om door de denkmolen te halen en zo had ik ook mijn ‘afleiding’ tijdens die eenzame 4 uur durende trip (met volle koffer) naar Nancy.

Enkele weken terug had ik een vlekje op mijn rug laten onderzoeken die ik al een tijdje had. Mijn allerliefste had die vlek al een aantal keer opgemerkt en mij duidelijk gemaakt dat het maar ‘iets raars’ was. Persoonlijk zat ik er niet echt mee in, tot het vlekje begon te jeuken en ik mij eigenlijk herinnerde dat die 2 dagen er voor ook jeukte. Ik had er eigenlijk wel af en toe last van. Misschien moest ik toch maar eens een afspraak maken bij de dokter. Hoe heet zo’n dokter ook alweer? Een dermatoloog? Juist ja.
Begin december  besloot ik om een afspraak te maken, enkele weken later kwam die er ook.

Op 8 januari gebeurde er niet veel, de wachtzaal in het ziekenhuis zat vol. Ik schatte nog 2 personen voor mij, achteraf gezien waren het er 3. De wachttijden waren iets langer dan verwacht, de nervositeit steeg lichtjes.
Tot plots: ‘Meneer Saelens?!’. ‘Ja, dat ben ik.’
‘Kom binnen, dit zal de eerste keer zijn, ik heb u nog niet zien passeren en ken uw naam niet’.
‘Dat klopt’ zei ik kort en nam plaats tegenover de dokter. Het dokterslokaaltje was kaal. Witte muren, een dokterstafel met een iets ouder computerscherm, een onderzoekstafel die waarschijnlijk al heel veel slecht en goed nieuws gebracht had en een jonge dokter. De tafel en kamer was voor de rest leeg. Ze straalde zelfvertrouwen uit alhoewel ze haar vleugje stress niet kon verbergen. Ik vertelde mijn verhaal en werd al snel gevraagd om de ‘vlek’ op de rug te tonen. Op het eerste gezicht vond ze niets vreemds aan de vlek, tot toen ik mij in verschillende posities wrong. Het reliëf en de rode kleur vielen toen wel op, de textuur was iets anders dan mijn huid. Je kon het met andere woorden amper zien. De dokter had twijfels. Het startte bij een allergische vlek, ging via een schimmelvlek naar een lymfoom. Op dat moment overspoelde een warme gloed mijn lichaam. De uitleg over een mogelijkheid tot kanker en de eventuele gevolgen vulden de ruimte. Kort erna werd dit weer afgezwakt. De uiteindelijke conclusie werd ‘een soort vetbolletje die zich raar gedraagt’. Een kwartier later werd ik vriendelijk verzocht om de genomen biopsie (een stuk van mijn huid) af te leveren aan de receptie en daar mijn naam bij te vermelden. Voor ik het wist stond ik terug op de parking. Een aantal scenario’s gingen door mijn hoofd, maar iedereen rondom mij, ouders en geliefde, verzwakte het onderzoek. Ook omdat het volgens de dermatoloog alles kon zijn. Dus kroop ik die avond met gerust hart in bed. Over 2 weken mogen de draadjes er uit en ben ik er vanaf. Na 3 dagen was ik vergeten waar het over ging en leefde ik gewoon verder, zoals ik altijd al gedaan had.

Wanneer ik het viaduct van Namen naderde kreeg ik telefoon. Het was mijn privé telefoon, niet gekoppeld met Bluetooth, dus na wat geklungel kreeg ik die uit mijn broek en nam op. Ik dacht dat het de notaris was in verband met ons nieuw huis. ‘Hallo met Wouter.’ De telefoon kwam ongelukkig, ik zag sneeuw en ijzel langs de kant van de baan. Het was veel kouder dan toen ik vertrokken was, waardoor ik het risico om een inschattingsfout te maken groot vond. Ik was ook net op het punt om te wisselen van autostrade, de overgang van de E42 naar de E411. De E411 is de snelweg van Brussel naar Luxemburg. De bedoeling was om richting Luxemburg te rijden, maar daar besliste mijn automatische piloot anders over, ik nam automatisch de afslag Brussel, de verkeerde richting dus. ‘Shit!’
‘Meneer, ik heb slecht nieuws. Hebt u even de tijd om te luisteren?’.
‘Ja, ik zit momenteel in de auto, maar begin maar, ik probeer een plaats te zoeken om mij te parkeren’.

Het zoeken naar een plaats om te parkeren was mijn eerste zorg, ik was op de autostrade en, aangezien ik geen vrouw ben, ging dat iets minder vlot om beide te combineren. Ik kan stellen dat ik maar voor een stuk gehoord heb over wat het ging. Soms neem ik ‘afwezig’ de telefoon op, zonder het missen van gevoelige info. Maar nu voelde ik dat ik echt moest stoppen met rijden om alle ‘data’ binnen te krijgen en primeerde die oplossing op dat moment. Ten koste van de uitgebreide informatie van de dokter.

‘Herinnert u zich nog het bezoek aan mij enkele weken terug?’. ‘Ja, dat herinner ik mij nog’.
‘We hebben het resultaat binnen en het biopt zou een lymfoom zijn, wat wil zeggen dat er extra onderzoeken nodig zijn …’. De stem aan de andere kant van de lijn klonk niet vrolijk, zelfs een beetje droevig, maar vooral serieus. ‘Ik heb reeds een afspraak gemaakt voor jou morgen bij de hematoloog, ik hoop dat dat geen probleem is.’

Er volgde een stilte. ‘Eigenlijk ben ik voor mijn werk onderweg naar Nancy, ik weet niet in hoever dit een dringende zaak is?’. ‘Juist, u had dit al vermeld bij ons vorige gesprek. Hoe sneller het onderzoek verder gezet kan worden, hoe beter meneer, we hebben het hier niet over een kleine twijfel.’
De stem klonk iets agressiever waardoor het duidelijk werd dat het niet ‘zomaar’ een onderzoek moest zijn. Ondertussen had ik beslist om de auto tot stilstand te brengen op de pechstrook op het viaduct Namen richting Brussel. De sneeuw lag dik en kraakte onder de wielen tot de auto tot stilstand kwam. ‘U bedoelt dat ik moet terugkeren naar huis?’. ‘Inderdaad meneer, dat lijkt mij de verstandigste keuze. De afspraak is gemaakt en u wordt daar verwacht.’ ‘Hoe ernstig schat u het in?’ vroeg ik nog. ‘Meneer, ik heb u net uitleg gegeven over wat er juist aan het gebeuren is, u moet dringend verdere onderzoeken doen en voor uw eigen gezondheid raadt ik u aan dit zo snel mogelijk te doen.’ De uitleg was ik kwijt gespeeld door een parkeerplaats te zoeken, op sommige momenten wil je op dat vlak dan toch een vrouw zijn. Ze herhaalde haar uitleg met veel moeilijk woorden als lymfoom, lymfocyten, Hodgkin en non-Hodgkin, indolent en agressief. De link van al die woorden werd mij later duidelijk, maar op dat moment klonk het alsof ik elk moment mijn laatste adem kon uitademen. De overtuiging van de dokter werd groter en de stem weer iets agressiever: ‘Dus u wordt morgen verwacht bij de hematoloog om de eventuele kanker te laten controleren’.
Kanker?’ herhaalde ik. ‘Inderdaad meneer, we houden elkaar op de hoogte, tot later. Daag’.

De auto’s die mij ondertussen passeerden leken heel traag te rijden, het had gesneeuwd en het werk die de auto had gehad om de zichzelf warm te houden leek uitgewerkt. Uitademen leek alsof ik een sigaret aan het roken was. Stilte. Het sijpelde beetje per beetje door. Eerst telefoneerde ik naar Hannah, die half euforisch opnam, met de gedachte van het huis in haar hoofd. Na 3 minuten en half was het telefoon gesprek voorbij en had ik op 130 km afstand mijn toekomstige vrouw de stuipen op het lijf gejaagd en haar van grote euforie naar diep ongeluk laten glijden. De emotionele rollercoaster had zijn eerste duik genomen.
De tweede telefoon was voor mijn vader, we hebben ooit samen al eens voor zo’n probleem gestaan en ik vond het verstandig om hem te bellen, we spraken af om elkaar in Brussel te zien en samen naar huis te rijden. Daarna belde ik naar mijn baas, die maakte mij duidelijk dat ik alle tijd kreeg, de gezondheid voor ging en ik dus de terugweg mocht inzetten.

2u later was ik thuis. Had ik enkele huilbuien gehad en zat ik vertwijfeld aan de salontafel. Angst, twijfel en vooral veel vragen nemen de bovenhand. Hoe kan dat? Dat kan toch niet? Ik ben veel te jong? Waarom? Wie kan mij meer uitleg geven? Hoe serieus is dit? Misschien een foutje? Wat nu? Wanneer weet ik meer?