Voorlopige diagnose

De langste ochtend van mijn leven tot nog toe, het duurde eeuwen. De afspraak met de hematoloog ging door om 13u30. Zoals het een brave jongen beaamt was ik 10 minuten op voorhand. Ik geef toe, het is niet altijd mijn sterkste kant, maar voor serieuze zaken ben ik altijd op tijd. Dokters hebben daar een andere mening over, maar dat begrijp ik, prioriteiten zijn pas begrijpbaar wanneer je de materie snapt. De deur van de dokterskamer ging open om 14u25.

‘Meneer Saelens?!’. ‘Ja’ zei ik en ging samen met mijn vriendin binnen, we namen plaats op de patiënten stoelen die klaar stonden. Deze doktersruimte was iets frivoler aangekleed, een kleine kast met enkele foto’s, een poster en een aantal boeken. De patiëntenstoel/bed kon natuurlijk niet ontbreken. Ze nam plaats en kneep haar ogen dicht terwijl ze de toetsen S en A intikte. Uiteindelijk opende ze mijn dossier en zag geen enkel bijgevoegd document. ‘U weet waarom u hier bent?’ vroeg ze met veel interesse. ‘Heeft de dermatoloog u dit niet doorgeven’ antwoordde ik. ‘Ik heb de dermatoloog nog niet gesproken dus ben niet op de hoogte, vertel alvast uw verhaal en daarop zal ik mij nu baseren. Ik zal de dermatoloog proberen contacteren’.

Na 5 minuten was ik volledig onderzocht en luidde het verdict: ‘Ik zie geen enkel probleem, laten we de patholoog bellen.’ De patholoog is degene die het ‘stukje huid’ geëxamineerd had en dus de echte vaststelling gedaan had. De dokter goochelde met zware termen, half Latijns, half Nederlands en Engels. Hannah en ik keken elkaar aan met een verstomde blik. Een halve minuut later werd het telefoongesprek beëindigd.

De dokter richtte haar blik terug naar ons en begon aarzelend. ‘Mijn diagnose is niet accuraat, als ik de patholoog mag geloven hebben we het hier wel degelijk over een lymfoom die grootcellig is.’ Opnieuw keek Hannah onbegrijpend naar mij. Ik snapte er niets van. In de volgende uitleg viel het woord chemo. Direct vroeg ik ‘Heb ik een soort kanker?’. ‘Ja’ antwoordde ze. Haar uitleg ging verder, maar mijn gedachten vervlogen en ik zag zowat alles wat ik in mijn leven meegemaakt had. De tranen verschenen in mijn ogen en ook in die van mijn teerbeminde. Ik zal haar gelaatsuitdrukking nooit vergeten, zo pijnlijk om je grote liefde in tranen te zien. Het leek op een slecht geregisseerde film, waarbij het plot verzonnen was door een amateur. Hannah leek wel nog te kunnen luisteren, ik was op dat moment even dat zintuig kwijt. Voor ik het wist zat er een ‘onco-verpleegster’ naast mij die voor planningsdoeleinden binnen geroepen was om ervoor te zorgen dat alles wat de dokter vertelde op papier stond. Onderzoeken werden opgelijst en in spoed afgesproken. De prognose gaf de hematoloog ook nog mee, die was 94%, wat uitzonderlijk hoog is. Daar was is tevreden mee, maar de stempel ‘kanker’ maakte van dat geheel iets helemaal anders. Zaken die ik niet verwachtte, zoals de gevolgen van chemo. De zaadproductie kan stoppen, waardoor je geen kinderen meer kan krijgen. O.a. Die kleine Woutertjes moeten dus ingevroren worden. De komende week zat vol met afspraken en ik mocht direct, na mijn bezoek aan de dokter, mee met de verpleegster om al enkele onderzoeken te doen.

Een beenmergpunctie. Ik had daar vroeger al eens van gehoord, mensen vertelden mij dat dat een zeer pijnlijke aangelegenheid was. Binnen het half uur lag ik in bed, zoals een zieke man, een infuus in de rechterarm en klaar om in de ‘operatiekamer’ binnen te gaan. Operatiekamer is een groot woord, maar een zaal waar verdovingsmateriaal, een spuit en een mes liggen is voor mij een definitie van een operatiekamer. Mijn heup werd vrijgemaakt en na een lichte verdoving, dat voelt alsof je zat bent maar dan zonder de kater, werd ik ook plaatselijk verdoofd. Er hing een klein rookpluimpje en vervolgens een dikke naald in mijn huid, door mijn bot. Het gevoel van een verstuikte enkel kwam boven, maar dan op mijn heup. Een leegzuigend effect voelde ik daarna. Het geheel herhaalde zich 2 keer.

5 minuten later, volgens mijn herinneringen, werd er ook een hart-test gedaan. De ‘tsjoepen en nappen’ (zie Willy’s en Marjetten) werden op de juiste positie geplaatst en het onderzoek was na 10 minuten rond. Achteraf herinnerde ik mij maar de helft meer van wat er toen gebeurd was. Wat wel duidelijk was waren de afspraken die gemaakt werden, de infobrochures en de woorden ‘chemo’, ‘kanker’ en ‘onderzoeken’ die bleven hangen.

Het volgend helder moment zat ik in de auto. Het was koud. We hadden afgesproken om alles samen aan de ouders te vertellen die avond, eerst de ouders van Hannah, daarna mijn ouders. De tranen die die avond vloeiden en de gevoelens en woorden die vielen waren zwaar, maar ze moesten geïncasseerd worden. Op dat moment wordt je geleefd. Sommige momenten ben je ‘goed’ en kan je lachen. Andere momenten stort je in als een klein kind in de hoek van een kamer. Het leek alsof ik achter een raam alles aan het bekijken was en er geen vat op had. De eerste avond was hard.