De kapper

Tuut. Tuut. Tuut. Verdomde wekker, altijd te vroeg en altijd te laat. Het verleidelijke aan een warm en knus bed kan je met niets vergelijken, ik hou van slapen.

8u15, gewassen, pilletjes genomen en mijn jas aan, de bel ging. 2 vroege vogels stonden aan mijn voordeur om mij mee te nemen naar de kapper. Het is natuurlijk niet zomaar een kappersbezoek. Het was vooral een afspraak die ik zolang mogelijk wou uitstellen, maar langs de andere kant het risico van ‘onverwachts haaruitval’ wou vermijden. Ik nam achteraan plaats in de auto, de afgelopen weken gingen opnieuw door mij hoofd, een halve trance.

Van kindsbeen af zeiden mensen ‘zo nen kop haar‘, waarmee ze bedoelden dat mijn haar dik was en nog steeds is. Echt veel heb ik er niet mee gedaan. Het was meestal half lang, de laatste jaren ‘durfde’ ik het iets korter knippen. Een halve kuif. Een beetje wax. Geen risico’s, niets opvallends. Net voor ik op Erasmus vertrok, ondertussen ook al even geleden, had ik eens het idee om het ‘volledig’ kort te zetten. Die voornemens heb ik nooit gehaald omdat ik Hannah heb leren kennen en het op dat moment niet meer gepast leek.

Ik geef toe, ik ben ijdel, niet hyper-ijdel, maar ijdel genoeg om mijn haar belangrijk te vinden. Wat je met je lichaam, en bij deze je haar, doet is een persoonlijke keuze. Een keuze die een reflexie is van jezelf. Meestal wordt je niet gedwongen om zo’n keuzes te maken, is het iets dat zich vanzelf door je hoofd worstelt en tot uiting komt wanneer je er klaar voor bent. Ik was er niet klaar voor.

De auto kwam tot stilstand op de parking van het kapsalon, het was niet ‘zomaar’ een kapsalon. Het was er één waar vrouwen om 6u ’s ochtends in ware ‘bitch’-stijl de eerste binnen wilden, daarvoor zouden ze zelfs de hak afbreken van een voorganger. Ik kwam binnen en voelde de warmte van de haardrogers mij overspoelen. De vrouwen-sectie zat vol, het leek een kippenren, de één zonder, de ander met hanenkam, een pallet aan haarkleuren en een hels rumoer. De mannen-sectie was boven, een beetje verstopt, mét bar. Van mijn ouders had ik voor Kerst een bon gekregen voor een scheer-beurt. De perfecte combinatie dus.

2 mannen gingen ons voor, ze zaten vol ongeduld (ironisch) te wachten tot ze aan de beurt waren. Een kapper is een noodzakelijk kwaad, dat kon je van hun gezichten aflezen. Kort na hen begon mijn vader met de hele procedure: wassen, knippen en scheren. Als tweede was ik aan de beurt. Normaal geniet ik van het wassen van mijn haar, de lichte massage door de kapper ontspant. Deze keer voelde het gespannen aan, dat lag niet aan de kapper. Met half nat haar mocht ik plaats nemen in de zetel. ‘Hoeveel mag er af meneer?’ Een korte stilte en een diepe zucht. ‘Het mag afgeschoren worden, bros.’ ‘Meneer, bent u wel zeker? Het is een enorm verschil hé?!’ In mijn ooghoek zag ik de collega-kapster (die op de hoogte was) met haar ogen duidelijk maken waar het om ging. Er viel een kleine stilte. ‘Hoeveel mm? Of hoe wil je het?’ ‘Doe het maar goed kort.’ Zonder veel extra vragen werden de attributen in de juiste volgorde op het tafeltje voor mij klaar gelegd. Ik keek mezelf nog een laatste keer in de ogen en zag daarna pluk per pluk naar beneden dwarellen. Na 3 minuten was alles weg. Ik schrok van mezelf, ik leek niet meer op die man in de spiegel. Een krop in de keel. Daarna volgde het scheren, dit deed mij iets meer ontspannen. Een warme en koude handdoek. Stilletjes aan, na minutenlang naar mezelf te kijken in de spiegel, komt het besef, het is zover, mijn haar is af.

Soms voel ik me down, heb ik nergens zin in. Een half uur later kan ik de wereld aan en gaat er niets anders dan “we’ll fight this bitch” door mijn hoofd. De rollercoaster die op die momenten de overhand neemt is raar, maar menselijk.

Ik ben mijn haar kwijt, ik heb ervoor gekozen om het niet te laten uitvallen. Ik wil moreel sterker staan en tonen dat ik psychologisch de baas ben. Dat is mijn reden. Plots beeld ik me in dat dit moment voor vrouwen nog erger moet zijn. Dat gevoel laat mijn knipbeurt verdwijnen als sneeuw voor de zon. Intens respect voor die vrouwen. De denkmolen gaat verder en eindigt in ‘eigenlijk valt mijn situatie al bij al mee’.

De deur van de badkamer gaat open, ik was mijn handen, ik kijk in de spiegel, ik verschiet. Mijn ogen glijden over de structuur van mijn schedel, mijn kort haar. Stilte. Slik. Shape up. I will be back soon.