Put your hands in the ayer!

De motor was stil gevallen. Het was rood. De ronkende motoren van de auto’s rondom mij waren veel beter hoorbaar dan in mijn oude auto. De auto’s kwamen van links en voegden zich bij de file voor mij. De omroeper op de radio overliep de lijst van files en ongevallen, het viel al bij al mee. Lichte motregen toverde mijn voorruit om tot een wazig scherm, dit tot zolang de ruitenwisser er was. En even later opnieuw.
Ik was alleen onderweg naar mijn werk, hoe lang was dat niet geleden? Ik in mijn nieuwe Audi, stiekem hou ik van die wagen. Hij is veel vinniger en krachtiger dan mijn vorige bolide waar ik 170.000 km mee gereden heb op een kleine 4 jaar tijd.

De eerste week na de chemo is niet leuk, precies of je een griep hebt. Het is vooral doorbijten. Maar met het neerslachtig gevoel die ik dan heb lijkt die week wel een eeuwigheid. Ik ben niet echt ziek, maar ‘mottig’. Precies of je net ziek geweest bent of je het gaat worden. Ik probeer dingen te doen die ik leuk vind, maar het volhouden lukt meestal niet. Ondertussen is het een week en half geleden en gaat het al beter. Ik wou gáán werken vandaag, even geen 4 muren.

De auto’s die, als een school vissen, dezelfde weg volgenden naar de autostrade lieten mij even weg dromen. Ik volgde op automatische piloot de stroom en daar was ik weer, op de autostrade, zoals vroeger, toen er nog niets gebeurd was. Zoals toen ik voor de eerste keer ging werken, zo voelde het. Het euforisch gevoel van een overwinning, vrijheid. Het warme gevoel overspoelde mij helemaal.

De laatste tijd sta ik veel meer stil bij de doodgewone dingen. Ik ga niet dood, maar de donkere wolk ‘kanker’ die nu boven mijn hoofd hangt heeft ervoor gezorgd dat alles een extra dimensie krijgt. Ik ‘voel’ alles meer.

De afrit ‘Kruishoutem’ zag ik langs mij passeren, het was niet druk, maar ook niet rustig op de weg. Ik keek rond, het was bijna 5 weken geleden dat ik hier was geweest. Het voelde als een openbaring.
Plots herinnerde ik me dat ik vorige week ‘nieuwe’ muziek op mijn iPhone had gezet, ik moest mij bezig houden. Dat is een taak die, naast het schoonmaken van de diepvries, op het lijstje ‘ooit moet ik dat eens doen’ stond. De diepvries is nog niet schoongemaakt trouwens.
Prompt haalde ik mijn iPhone uit mijn zakken en verbond die met de auto. ‘Put your hands in the ayer, a-ayer, ayer-a-ayer‘ knalde door de boxen. Ik had na het horen van de eerste beats het volume-knopje direct op ‘max’ gezet, diezelfde eerste beats veranderden mijn gelaatsuitdrukking naar een grote smile. Voor ik het wist was ik in Gent. Op mijn werk.
Zoals altijd de badge boven halen, slagboom omhoog, GO!