Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Lymfomen zijn relatief zeldzame aandoeningen: in Vlaanderen komen zij op de 6de plaats van de meest frequent voorkomende kankers. De ziekte van Hodgkin komt per jaar ongeveer 2 tot 3 keer voor per 100.000 inwoners, non-Hodgkin lymfomen komen meer voor: ongeveer 18 gevallen per 100.000 inwoners per jaar. Het aantal patiënten met de ziekte van Hodgkin is de laatste 30 jaar niet in belangrijke mate veranderd, wereldwijd is er zelfs een lichte daling. Het aantal gevallen van non-Hodgkin lymfomen is de laatste 15 jaar ongeveer verdubbeld. Ziekte van Hodgkin komt typisch voor bij jonge patiënten (piekt tussen 15-30 jaar) terwijl non-Hodgkin lymfomen eerder voorkomen bij personen boven 60 jaar.

Hodgkin

De ziekte van Hodgkin is een vorm van kanker van het lymfesysteem. Een abnormale woekering van een bepaald type witte bloedcellen. Bij Hodgkin is er aanwezigheid van specifieke abnormale cellen (de cellen van Sternberg-Reed).

Non Hodgkin

Dit zijn alle ‘kankers’ (op dit moment meer dan 30 soorten) van het lymfesysteem waar geen cellen van Sternberg-Reed aanwezig zijn. Er zijn voor alle verschillende soorten, verschillende behandelingen.

Men kan de de lymfomen indelen qua agressiviteit: indolent of laag agressief, gemiddeld agressief en agressief. Een non-Hodgkin-lymfoom met een lage agressiviteitsgraad kan in de loop der jaren veranderen, maar dat hoeft daarom niet altijd het geval te zijn. Bij bijna 2/3 van de personen die getroffen worden ontstaat het lymfoom in één of meerdere klieren. Maar het kan ook in de darm, maag, longen of zelf op de huid.

Naast de agressiviteitsgraad is er ook het type van de cellen. B- of T-lymfocyten. De meest voorkomende vorm (+-70%) is B-cellen.

Ook kan de patiënt gecatalogeerd worden in zijn stadia van de ziekte:

  • Stadium 1: één lymfekliergebied of één orgaan
  • Stadium 2: meerdere kliergebieden aan dezelfde kant van het middenrif
  • Stadium 3: Boven en onder het middenrif, soms ook in de milt en/of andere organen
  • Stadium 4: Verspreid naar andere organen: longen, lever, beenmerg, huid, …

Om duidelijk te maken of de patiënt ziekteverschijnselen heeft voegen ze bij het stadium de letter B toe, indien dit niet het geval is komt hier een A te staan.

Lymfomen reageren meestal heel goed op chemo- en radio-therapie, de laatste jaren is er een enorme vooruitgang geboekt op vlak van chemotherapie waardoor je nog meer kans hebt om er door te spartelen.

Prognose non-Hodgkin

Folliculaire B-cel lymfomen: ongeveer 1 op 4 non-Hodgkin lymfomen behoren tot deze groep. Deze reageren uitstekend op een behandeling maar nagenoeg niet met chemotherapie. Vaak komt vroeg of laat een herval, na enkele behandelingen ‘pakt’ de behandeling niet meer. Tot enkel jaren terug was de levensverwachting in de buurt van 10 jaar, met huidige medicatie kan men er in het beste geval een ‘chronisch’ aandoening van maken.

Grootcellige B-cel lymfomen: ongeveer 65% van alle lymfomen. Voor deze vorm bestaat er een scoresysteem (IPI) die toelaat een prognose te baseren op basis van leeftijd, stadium en nog een aantal andere parameters. Patiënten die slechts 1 ongunstige factor hebben, hebben een uitstekende genezingskans. Voor alle andere gevallen wordt een goede controle (of soms genezing) bekomen van de ziekte.

Mantelcellymfoom (B-cel): 5% van de non-Hodgkin lymfomen. Heeft doorgaans een minder goed te voorspellen prognose. Jongere patiënten krijgen vaak aan het einde van de behandeling een transplantatie van eigen stamcellen na hoge dosis chemotherapie. Voor oudere patiënten wordt veel verwacht van een onderhoudsbehandeling met nieuwere geneesmiddelen.

Haarcel leukemie of hairy cell leukemie: zedzame vorm van B-cel lymfoom, gaat gepaard met belangrijke miltvergroting en beenmergaantasting, nagenoeg geen klierzwelling. Dit lymfoom kan niet helemaal worden genezen, maar de prognose is zeer gunstig gezien er een uitstekende behandeling met chemotherapie bestaat die de ziekte onderdrukken.

MALT lymfoma: Lymfeklierweefsel komt in alle organen voor. Als het voorkomt buiten de echte lymfeklieren spreekt men van MALT: mucosa geassocieerd lymfatisch weefsel of tissue. Een lymfoom dat ontstaat in dit lymfatische weefsel noemt men dan MALT lymfoma. Deze lymfomen kunnen overal voorkomen: maag, luchtwegen, schildklier, oogleden, speekselklieren, … Deze lymfomen gedragen zich als een weinig kwaadaardig lymfoom: meestal weinig algemene klachten en trage toename.

Ziekte van Waldenström: Relatief zeldzaam voorkomende vorm van laag kwaadaardig lymfoom. Deze ziekte wordt meestal toevallig ontdekt bij een bloedonderzoek. Vaak is geen behandeling nodig: vaak heel traag in evolutie, behandeling enkel als er klachten zijn te wijten aan de ziekte (bloedarmoede, hoog gehalte eiwit, …).

T-cel lymfomen: In tegenstelling tot de B-cel lymfomen is de cel die aan de oorsprong ligt van deze lymfomen een T-cel. T-cel lymfomen maken ongeveer 15% uit van alle lymfomen. Dikwijls is er huidaantasting, soms kan de huidaantasting de klieraantasting lang vooraf gaan. T-cel lymfomen worden, indien ze niet in de huid aanwezig zijn, eveneens behandeld met chemotherapie. De prognose is wat minder goed van deze van B-cel lymfomen.

Behandeling non-Hodgkin

De behandeling van non-Hodgkin lymfomen is de laatste jaren sterk verbeterd, ook wanneer het lymfoom zich al op verschillende plaatsen in het lichaam verspreid heeft. Heel wat patiënten kunnen worden genezen of bij velen kan de ziekte jarenlang onder controle worden gehouden. De behandeling van non-Hodgkin lymfomen hangt af van veel factoren, waaronder:

  • aard van het lymfoom
  • leeftijd van de patiënt
  • algemene gezondheidstoestand
  • uitgebreidheid (stadium)
  • bijkomende risicofactoren (LDH, aantasting buiten klieren)

Globaal genomen kan men stellen dat de behandeling van non-Hodgkin lymfomen gericht moet zijn op risicofactoren.  Lymfomen die een ‘lage graad maligniteit’ hebben (zoals folliculaire lymfomen) worden minder intensief behandeld dan lymfomen die agressief verlopen (zoals de grootcellige lymfomen). De meest gebruikte combinatieschema’s (combinatie van cytostatica) zijn: CHOP, ACVBP, CHVmP-Bleo/Vincristine, CVP. Sedert een tiental jaren wordt voor lymfomen van B-cel oorsprong hier nog een behandeling met antistof aan toegevoegd. De eerste antistof (en nog steeds de meestgebruikte) was Mabthera of Rituximab (afgekort R): R-CHOP, R-ACVBP, R-CVP. In de komende jaren zal het aantal soorten antistoffen dat kan gebruikt worden sterk toenemen (GA101, Ofatumomab, …)